2.3.2. Interventies

2.3.2. Interventies

Het begrip interventie

Interveniëren is in principe tussenbeide komen of ingrijpen. De ene keer kan dat diagnostisch zijn, de andere keer probleemoplossend of procesbewakend. Bij veranderingsprocessen is het begrip interventie voornamelijk toegespitst geweest op mensen in de organisatie. De meeste interventiemethoden binnen organisatieontwikkeling werden toch vooral gebruikt om nieuw gedrag aan te leren.

Interventiemethoden die in de organisatieontwikkeling werden gebruikt om het harmoniemodel als leidraad hanteerden, richten zich logischerwijs op processen als individuele motivatie, macht, communicatie, perceptie, culturele normen, probleemoplossing, het stellen van doelen, interpersoonlijke relaties en conflictmanagement.

De Caluwé et al omschrijven interventie als één of een serie geplande veranderactiviteit(en) die erop gericht zijn de effectiviteit van een organisatie te helpen vergroten.

Toelichting op deze omschrijving:

  • het kan gaan om een activiteit of een serie. Bijvoorbeeld: er is een opleiding voor een groep. Of er zijn opleidingen voor verschillende groepen. Of de opleiding bevat een intakegesprek, een cursorisch deel en een follow-up;
  • geplande: de wens om te beïnvloeden in een gewenste richting;
  • effectiviteit: dit verwijst naar de beoogde uitkomsten van de verandering. Misschien leveren sommige activiteiten een kleine bijdrage, andere misschien meer;
  • helpen: de interventie kan meer of minder direct sturend of ondersteunend zijn.

Bestanddelen interventie 

Een interventie bevat dezelfde vaste bestanddelen als de bestanddelen van de geplande verandering:

  • uitkomsten – ook wel: doelen, resultaten, richting, verbetering, vernieuwing;
  • historie – ook wel: oorzaak, noodzaak, beweegreden, context;
  • actoren – ook wel: rollen, partijen, sociale dimensie;
  • fasen – ook wel: stappen, ordening, inhoudelijke activiteiten, technische aspecten;
  • communicatie – ook wel: interactie, culturele aspecten, betekenisgeving;
  • sturing – ook wel: monitoring, vat krijgen, professionele gidsing, bewust zijn van.

In het onderstaande figuur zijn de bestanddelen van een interventie geschetst. De historie (context, aanleiding, filosofie) is half binnen en half buiten de figuur geplaatst, omdat een vorige interventie de historie kan zijn van de daaropvolgende.