Triangulatie: een vraagstuk van meerdere kanten onderzoeken

Stel, je onderzoekt waarom de samenwerking tussen twee afdelingen niet goed verloopt. De manager vertelt dat medewerkers onvoldoende verantwoordelijkheid nemen. Je spreekt enkele medewerkers die dat beeld bevestigen. Daarmee lijkt de oorzaak duidelijk. Maar klopt dat wel? Misschien hebben medewerkers onvoldoende bevoegdheden, zijn de werkafspraken onduidelijk of laat een analyse van de werkprocessen iets heel anders zien.

Wie onderzoek doet, loopt het risico om te snel conclusies te trekken. Zeker wanneer de opdrachtgever al een uitgesproken mening heeft over het probleem. Triangulatie helpt om dat te voorkomen. Je bekijkt een vraagstuk vanuit verschillende invalshoeken en vergelijkt wat je ontdekt. Daardoor ontstaat een vollediger beeld en kun je je conclusies beter onderbouwen.

Triangulatie betekent dat je een vraagstuk vanuit verschillende invalshoeken onderzoekt. Je gebruikt bijvoorbeeld meerdere informatiebronnen, onderzoeksmethoden of theoretische inzichten. Vervolgens vergelijk je de uitkomsten. Waar bevestigen ze elkaar, waar vullen ze elkaar aan en waar spreken ze elkaar tegen? Juist die verschillen kunnen nieuwe inzichten opleveren. Triangulatie helpt je om aannames te toetsen, eenzijdige conclusies te voorkomen en een vollediger beeld van het vraagstuk te krijgen. Daarmee versterk je de betrouwbaarheid en de onderbouwing van je onderzoek en conclusies.

Waar komt het woord triangulatie vandaan?

Het woord triangulatie komt van het Latijnse triangulum, dat driehoek betekent. Het begrip werd oorspronkelijk gebruikt in de landmeetkunde en bij het maken van kaarten. Door vanuit verschillende bekende punten metingen te doen, kon de positie van een onbekend punt worden bepaald.

Dit principe is later overgenomen in de sociale wetenschappen. Ook bij onderzoek geeft één waarneming vaak een onvolledig beeld. Door vanuit verschillende richtingen naar hetzelfde verschijnsel te kijken, krijg je meer inzicht. Vooral het werk van Denzin (1978) heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van triangulatie als onderzoeksaanpak.

Hoewel het woord naar een driehoek verwijst, betekent triangulatie niet dat je precies drie bronnen moet gebruiken. Twee, drie of meer invalshoeken zijn mogelijk.

Hoe werkt triangulatie bij onderzoek?

Triangulatie betekent dat je een vraagstuk vanuit meerdere perspectieven onderzoekt en de uitkomsten met elkaar vergelijkt. In de onderzoeksliteratuur worden vier vormen onderscheiden (Benders, 2023).

Bij bronnentriangulatie gebruik je verschillende informatiebronnen. Je spreekt bijvoorbeeld medewerkers, leidinggevenden en klanten en vergelijkt hun ervaringen met beschikbare organisatiegegevens.

Bij methodetriangulatie combineer je verschillende onderzoeksmethoden. Denk aan interviews, observaties, vragenlijsten en documentonderzoek.

Bij onderzoekerstriangulatie bekijken verschillende onderzoekers dezelfde informatie. Zij vergelijken vervolgens hun interpretaties om mogelijke vooroordelen en eenzijdige conclusies te herkennen.

Bij theoretische triangulatie gebruik je verschillende theorieën of modellen om een vraagstuk te verklaren. Problemen in de samenwerking kun je bijvoorbeeld onderzoeken vanuit leiderschap, organisatiestructuur en organisatiecultuur.

Voor praktijkgericht onderzoek zijn vooral bron- en methodetriangulatie goed toepasbaar. Maar ook andere vormen kunnen waardevol zijn.

Het belangrijkste is dat je de informatie vervolgens met elkaar in verband brengt. Alleen meerdere bronnen raadplegen is nog geen triangulatie. Je moet ook onderzoeken waar ze elkaar bevestigen, aanvullen of tegenspreken. Van Staa en Evers (2010) benadrukken daarom dat triangulatie ook bij de analyse van onderzoeksgegevens van waarde is.

Triangulatie en Evidence-Based Management

Triangulatie sluit goed aan bij Evidence-Based Management (EBM). Bij EBM probeer je besluiten zo goed mogelijk te onderbouwen met het beste beschikbare bewijs. Daarvoor gebruik je vier verschillende bronnen (Barends et al., 2014).

De eerste bron is wetenschappelijke kennis. Wat weten we vanuit wetenschappelijk onderzoek over het vraagstuk? Welke verklaringen zijn onderzocht en wat weten we over mogelijke oplossingen?

De tweede bron bestaat uit gegevens van de organisatie. Denk aan financiële cijfers, doorlooptijden, klanttevredenheid, verzuimgegevens en kwaliteitsmetingen.

De derde bron is professionele expertise. Wat weten en ervaren mensen die veel verstand hebben van het onderwerp? Hun kennis en ervaring kunnen helpen om een situatie te begrijpen en verklaringen te beoordelen.

De vierde bron bestaat uit de inzichten, belangen en waarden van betrokkenen. Hoe kijken medewerkers, klanten, leidinggevenden en andere belanghebbenden naar het vraagstuk? Wat ervaren zij en wat vinden zij belangrijk?

Deze vier bronnen vullen elkaar aan. Wetenschappelijke kennis helpt om problemen te verklaren. Organisatiegegevens laten zien wat er gebeurt. Professionele expertise helpt bij de interpretatie. Betrokkenen maken duidelijk wat een situatie voor hen betekent.

Hier ligt de verbinding met triangulatie. Door deze informatie te vergelijken, kun je aannames toetsen en beter onderbouwde conclusies trekken.

Toch zijn EBM en triangulatie niet hetzelfde. EBM is een bredere aanpak voor onderbouwde besluitvorming. Triangulatie helpt bij het onderzoeken en beoordelen van de informatie waarop die besluiten worden gebaseerd. Meer hierover lees je in het artikel Evidence-Based Management.

Hoe pak je triangulatie praktisch aan?

Neem een onderzoek naar de oplopende doorlooptijden van aanvragen binnen een organisatie. De opdrachtgever denkt dat het nieuwe ICT-systeem de belangrijkste oorzaak is.

Je begint met het scherp krijgen van het probleem. Hoe groot zijn de vertragingen? Sinds wanneer doen ze zich voor? Bij welke aanvragen ontstaan ze? En welke verklaringen zijn er mogelijk?

Vervolgens bepaal je welke informatie nodig is. Je onderzoekt de beschikbare procesgegevens, spreekt medewerkers en leidinggevenden en bestudeert relevante literatuur over procesinrichting en besluitvorming.

Uit de procesgegevens blijkt bijvoorbeeld dat aanvragen vooral vertraging oplopen bij de goedkeuring. Medewerkers wijzen vooral op het ICT-systeem. Leidinggevenden geven aan dat regelmatig onduidelijk is wie een besluit mag nemen. Een ervaren procesmedewerker vertelt dat informatie vaak dubbel wordt gecontroleerd.

Er ontstaat een ander beeld dan de opdrachtgever aanvankelijk had. Het ICT-systeem kan een rol spelen, maar mogelijk ligt een deel van het probleem bij de inrichting van het proces en de verdeling van bevoegdheden.

Nu begint het belangrijkste deel van de triangulatie. Je gaat de bevindingen vergelijken en mogelijke verklaringen toetsen. Je onderzoekt bijvoorbeeld enkele aanvragen die veel vertraging hebben opgelopen. Wat gebeurde daar precies? Welke verklaring wordt door de gegevens ondersteund?

Zo werk je stap voor stap naar een onderbouwde conclusie toe.

Een handig hulpmiddel is een triangulatiematrix. Dat is een eenvoudig overzicht waarin je per belangrijk onderwerp of mogelijke verklaring vastlegt wat verschillende bronnen laten zien. Je noteert waar de informatie overeenkomt, waar verschillen ontstaan en welke vragen nog openstaan.

Het gaat erom dat je de stap maakt van informatie verzamelen naar analyseren.

Wat als bronnen elkaar tegenspreken?

Soms denken onderzoekers dat triangulatie vooral bedoeld is om aan te tonen dat hun bevindingen kloppen. Wanneer drie bronnen hetzelfde zeggen, zal het wel waar zijn.

Zo eenvoudig is het niet.

Drie medewerkers kunnen dezelfde mening hebben omdat ze allemaal op dezelfde afdeling werken. Drie documenten kunnen dezelfde conclusie bevatten omdat ze op hetzelfde oorspronkelijke rapport zijn gebaseerd. Er zijn dan meerdere bronnen gebruikt, maar nauwelijks onafhankelijke inzichten.

Omgekeerd kan een verschil tussen bronnen juist waardevol zijn. Een leidinggevende ziet bijvoorbeeld dat de productiviteit stijgt, terwijl medewerkers aangeven dat hun werkdruk sterk toeneemt. Beide waarnemingen kunnen tegelijkertijd juist zijn.

Onderzoek daarom steeds hoe betrouwbaar je bronnen zijn, wat ze precies zeggen en hoe je verschillen kunt verklaren. Kijk ook bewust naar informatie die je eerste verklaring tegenspreekt.

Triangulatie kan de kwaliteit van je onderzoek verbeteren, maar geeft geen garantie dat je conclusies kloppen. De kwaliteit van de gebruikte bronnen en je analyse blijft bepalend.

Hoe laat je triangulatie terugkomen in je adviesrapport?

In veel adviesrapporten worden de resultaten van interviews, vragenlijsten en documentonderzoek afzonderlijk beschreven. Dat kan prima, zolang je de verschillende bevindingen daarna ook met elkaar verbindt.

In je analyse bespreek je wat de informatie gezamenlijk laat zien. Welke bevindingen ondersteunen elkaar? Waar zitten verschillen? Hoe kun je die verklaren? En welke conclusies kun je op basis van het beschikbare bewijs trekken?

Je beschrijft ook kort hoe je triangulatie hebt toegepast. Welke bronnen en methoden heb je gebruikt, waarom heb je die gekozen en hoe heb je de uitkomsten vergeleken? Geef aan welke onzekerheden eventueel zijn blijven bestaan.

De lezer moet kunnen volgen hoe je vanuit de verzamelde informatie tot je conclusies en uiteindelijk je advies bent gekomen.

Tot slot

Triangulatie klinkt ingewikkelder dan het is. De gedachte erachter is eenvoudig: bekijk een vraagstuk vanuit verschillende kanten voordat je conclusies trekt.

Juist bij praktijkgericht onderzoek is dat waardevol. Binnen organisaties bestaan vaak al sterke overtuigingen over wat er misgaat en wat er moet veranderen. Die overtuigingen vormen een mogelijk vertrekpunt, maar verdienen onderzoek.

Door organisatiegegevens, ervaringen, inzichten van betrokkenen en wetenschappelijke kennis met elkaar te vergelijken, krijg je een beter beeld van wat er werkelijk aan de hand is.

Uiteindelijk draait triangulatie om kritisch denken. Welke informatie ondersteunt je conclusie? Welke informatie spreekt haar tegen? En hoe stevig is de onderbouwing van je advies?

Literatuur

Barends, E., Rousseau, D. M., & Briner, R. B. (2014). Evidence-based management: The basic principles. Center for Evidence-Based Management. Publicatie

Benders, L. (2023, 16 januari). Vier soorten triangulatie toepassen in je scriptie. Scribbr. https://www.scribbr.nl/onderzoeksmethoden/triangulatie/

Denzin, N. K. (1978). The research act: A theoretical introduction to sociological methods (2nd ed.). McGraw-Hill.

Managementmodellensite. (z.d.). Evidence based management. https://managementmodellensite.nl/evidence-based-management/

Van Staa, A., & Evers, J. (2010). ‘Thick analysis’: Strategie om de kwaliteit van kwalitatieve data-analyse te verhogen. KWALON, 15(1), 5–12. https://doi.org/10.5117/2010.015.001.002

Lees het hele artikel en download de pdf.

Download medium pdf