DISC in teams: waarom het kleurenprofiel meestal niets verandert

“Ik ben blauw, zij is geel, daarom botst het.” “Ik ben blauw, zij is geel, dus we vullen elkaar perfect aan.”

Hoe waarachtig dit ook klinkt, het is precies de reden waarom het klassieke DISC-denken zelden iets in beweging zet. Het model wordt gereduceerd tot een etiket. Een verklaring achteraf. Een excuus, soms, voor gedrag dat niemand echt weet aan te pakken. DISC biedt in deze gevallen slechts een pleister op een houten been; een rationele verklaring voor gedrag die het fundamentele probleem niet oplost.

“Ik zou graag een profiel voor iedereen in ons team maken”, schrijft een HR-manager in een aanvraag. De impliciete aanname: als iedereen elkaars kleur kent, verbetert de samenwerking vanzelf. Maar laten we eerlijk zijn: kennis over gedragsprofielen is niet hetzelfde als het vermogen om gedrag te veranderen. En zeker niet in het heetst van de strijd!

Het probleem van de standaard DISC-sessie

De gangbare aanpak van een DISC training verloopt vaak langs een voorspelbare procedure: iedereen vult een vragenlijst in, krijgt een glanzend kleurenprofiel overhandigd en luistert naar een presentatie over de profielen in het team. De deelnemers knikken instemmend, men herkent zichzelf en de collega’s in de hokjes. “Goh, wat handig om te weten dat jij zo van de details bent.” We drinken nog een kopje muntthee en gaan terug naar de orde van de dag. Drie weken later? Alles is bij het oude. De rapporten liggen onder een laag stof en de oude irritaties zijn weer springlevend. Het verschil? De teamleden werpen elkaar nu kleuren toe in plaats van scheldwoorden.

De kloof tussen papier en praktijk

In zo’n standaard sessie ontbreekt het dichten van de kloof tussen papier en de echte praktijk. DISC biedt een prachtig overzicht om communicatiestijlen in kaart te brengen, maar een vereenvoudigde kaart is niet het terrein waar het échte teamwork plaatsvindt.

Zolang er een aangenaam briesje door het team waait, is de kleurenwaaier een charmant accessoire. Het geeft wat milde verkoeling en we kunnen er sierlijk mee wapperen tijdens een heidag. Maar zodra de spreekwoordelijke lucht betrekt en verandert in een orkaan, zijn de kleurenwaaiers de eersten die sneuvelen.

Wat er gebeurt onder hoogspanning

Zodra de druk op een team toeneemt, gebeurt er iets destructiefs: het collectieve belang maakt plaats voor blinde, individuele overleving. Zodra de kleuren oplaaien, valt iedereen terug op zijn meest extreme reflex.

De ‘rode’ verandert plotseling in een kleine dictator om de controle te behouden. De ‘blauwe’ trekt de ophaalbrug van zijn ivoren toren omhoog en begraaft zich onder een berg data. Ondertussen vlucht de ‘gele’ in een wolk van afleidende grappen en creatieve chaos – alles om de olifant in de kamer maar niet aan te hoeven kijken. En de ‘groene’? Die verdampt ter plekke en verlamt in een doodse stilte, hopend dat de storm overwaait zonder dat iemand zijn naam roept. Het team is dan geen eenheid meer, maar een verzameling losgeslagen eilandjes die drukker zijn met hun eigen overlevingsstrategie dan met het gezamenlijke doel.

DISC, de papieren passant

De kloof tussen het papieren DISC-rapport en de rauwe praktijk wordt dan pijnlijk zichtbaar. De echte wereld is namelijk geen overzichtelijk organigram, maar een onontgonnen, weerbarstig terrein vol diepe ravijnen van wantrouwen, modderige paden van miscommunicatie en onverwachte kliffen waar onze ego’s zomaar vanaf kunnen kletteren. In die wildernis kom je de echte roofdieren tegen: onze diepste angsten.

Onder invloed van angst speelt niemand meer samen; dan is het ieder voor zich in zijn eigen kleur. Hier spelen alleen nog levensbelangen. Hoogspanning! We vechten om erbij te mogen horen, slaan op de vlucht of bevriezen zodra we geen kant meer op kunnen. In dit emotionele terrein sneuvelen papieren rapporten. DISC helpt je op dat moment te begrijpen waarom je in de modder zit, maar het geeft geen antwoord op hoe je er weer uit komt. Zonder de juiste aanpak is het model slechts de papieren passant langs de kant; de getuige die wegkijkt terwijl het team verder wegzakt. Daar zit voor teams het echte werk!

Wat er verandert als de volgorde omdraait

In onze DISC training draaien we de volgorde om. We beginnen niet bij de grafieken, maar bij de ervaring. We creëren een leeromgeving vol verrassende uitdagingen, humor en precies dat tikkeltje spanning dat nodig is om de maskers te laten zakken.

Het resultaat? De teamdynamiek ontvouwt zich onherroepelijk zoals die dat op de werkvloer ook doet. Alleen is het nu voor iedereen zichtbaar en onontkoombaar. Pas als het zweet op de voorhoofden staat, gaan de teamleden in dialoog over wat ze zojuist bij elkaar hebben ervaren en gezien. Wie schoot in welke reflexen? En welke prijs hebben de teamleden en het team hiervoor betaald? Deze gesprekken zijn de kraamkamer voor echte psychologische veiligheid.

Eerst de ervaring, dan de betekenis

Pas daarna voegen we de DISC profielen van het team toe om betekenis te geven aan wat men zojuist aan den lijve heeft ondervonden. Geen obligate praatjes, maar een ontmoeting tussen de ziel van het team en de theorie van DISC. Deze werkwijze – eerst ervaren, dan de betekenis – passen we consequent toe bij alle modellen, zoals de piramide van Lencioni.

Voor teams die een DISC teambuilding op deze manier ervaren, is het een ‘feest’ van herkenning én erkenning. Men spreekt na de training niet meer zo over kleuren, maar vooral over gedrag. Over de collectieve moed die nodig is om de maskers te laten vallen. Dát is wat DISC kan opleveren wanneer het wordt ingezet als spiegelervaring in plaats van als kleurplaat. De vraag is niet welke kleur iemand heeft. De vraag is: wat doet dit kleurenpalet als het echt spannend wordt? Je leert door te begrijpen, maar je groeit door te ervaren.

Clemen Mensink is oprichter van TeamSpeling, dat jaarlijks 800+ teams begeleidt in teamontwikkeling — van werkvloer tot directiekamer.