De eerste 24 uur van een crisis: drie B’s als praktische kapstok

Een kritisch onderzoeksrapport verschijnt eerder dan verwacht. Nog voordat de organisatie zelf heeft gereageerd, belt een journalist met vragen. Medewerkers willen weten wat ze intern mogen zeggen en een bestuurder wordt gevraagd voor een interview. Op zo’n moment is snel reageren verleidelijk. Toch is vooral de volgorde van beslissingen belangrijk.

Voor de eerste uren van een crisis kun je drie B’s als praktische kapstok gebruiken: beeld, bevoegdheid en boodschap. Het is een geheugensteun die helpt om drie belangrijke managementvragen uit elkaar te houden en structuur aan te brengen in de aanpak.

  1. Beeld: wat weten we zeker?

Voordat iemand reageert, moet duidelijk zijn wat er feitelijk bekend is. Welke informatie is bevestigd? Wat wordt nog onderzocht? En over welke punten bestaan verschillende lezingen?

Dat onderscheid is belangrijk omdat informatie in de eerste uren snel verandert. Een aanname kan anders gemakkelijk in een interne notitie, persreactie of interview als feit terechtkomen.

Maak daarom één actueel overzicht van wat bekend en onbekend is. Spreek ook af wie nieuwe informatie controleert en toevoegt. Zo werkt iedereen vanuit hetzelfde beeld. Dat betekent niet dat een organisatie pas kan communiceren wanneer alles bekend is. Ook zeggen dat iets nog wordt onderzocht, kan een duidelijk antwoord zijn.


  1. Bevoegdheid: wie beslist en wie spreekt?

Met een gedeeld beeld ontstaat de volgende vraag: wie doet wat? Degene die de meeste inhoudelijke kennis heeft, hoeft niet automatisch degene te zijn die een journalist te woord staat.

Een inhoudelijk specialist kan feiten controleren, terwijl een bestuurder verantwoordelijkheid neemt voor besluiten en gevolgen. Een communicatieadviseur kan ondertussen vragen verzamelen en bewaken dat nieuwe informatie bij de juiste mensen terechtkomt.

Leg daarom vooraf vast wie naar buiten treedt, wie antwoorden inhoudelijk controleert en wie beslist wanneer de communicatielijn verandert. Daarmee voorkom je dat verschillende mensen tegelijk reageren op basis van verschillende informatie.

  1. Boodschap: wat moet nu duidelijk zijn?

Pas wanneer het beeld en de rollen helder zijn, komt de formulering van de boodschap. Die hoeft in de eerste uren niet ieder detail te bevatten. Belangrijker is dat drie zaken duidelijk worden: wat de organisatie nu weet, wat zij op dit moment doet en wanneer betrokkenen meer informatie kunnen verwachten.

Een kernboodschap op papier is daarbij nog geen garantie voor een helder interview. Onder tijdsdruk kunnen antwoorden langer worden, kan vaktaal binnensluipen of blijkt een kritische vervolgvraag lastiger dan verwacht. Daarom is het nuttig om de boodschap niet alleen te schrijven, maar ook hardop te testen.

Een mediatraining voor bestuurders kan bijvoorbeeld worden gebruikt om scherpe vragen en onverwachte vervolgvragen vooraf te oefenen. Zo wordt zichtbaar waar een antwoord nog te vaag, te technisch of onvoldoende onderbouwd is.

Sommige organisaties organiseren zulke oefeningen zelf. Andere laten een bestuurder of woordvoerder oefenen met een externe trainer. Voor die begeleiding kan bijvoorbeeld Adwin Peeks worden ingeschakeld. Adwin Peeks traint bestuurders en woordvoerders in mediaoptreden en crisiscommunicatie.

Na het eerste interview begint de cyclus opnieuw

Een crisis staat niet stil zodra de eerste reactie is gegeven. Nieuwe feiten kunnen het beeld veranderen. Daardoor kan een andere deskundige nodig zijn of moet een eerdere boodschap worden aangepast.

Juist daarom zijn beeld, bevoegdheid en boodschap geen checklist die je één keer afwerkt. Na iedere belangrijke ontwikkeling maak je die afweging opnieuw: wat weten we nu, wie moet op basis daarvan handelen en wat kunnen we op dit moment verantwoord zeggen?